Beeld: Gemaal Meerpolder. Foto: Joost Smits

LOLA Nieuws 8 min lezen

Watertekort in Lansingerland: waarom de ene tuinder nog mag pompen en de andere niet

Een tuinder in Berkel en Rodenrijs mag sinds 5 augustus geen water meer uit een sloot halen. Enkele kilometers verderop, in Bleiswijk of Bergschenhoek, geldt dat algemene verbod vooralsnog niet. Het verschil loopt niet langs de gemeentegrens, maar langs de grens tussen twee waterschappen met verschillende aanvoerroutes voor zoetwater.

Het watertekort is daarmee ook een lokaal verdeelvraagstuk geworden. Tuinders werken onder dezelfde droge hemel, maar zijn afhankelijk van een ander watersysteem. Delfland heeft het resterende zoetwater inmiddels nodig om onder meer sloten op peil en dijken veilig te houden. Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard kan via de Lek en andere verbindingen voorlopig voldoende zoetwater aanvoeren om de waterstanden op peil te houden.

Voor de glastuinbouw in Lansingerland is dat verschil niet theoretisch. Het bepaalt of een bedrijf vandaag nog water uit de sloot kan halen, hoeveel voorraad het moet bewaren en wanneer naar een duurder alternatief moet worden gezocht. Wie voorlopig nog mag onttrekken, heeft bovendien geen zekerheid voor de rest van de zomer.

Dat zegt niet dat het ene waterschap de glastuinbouw belangrijker vindt dan het andere. Het verschil zit in de ligging van de gebieden, de oprukkende verzilting en de verbindingen waarlangs nog zoetwater kan worden aangevoerd. Dezelfde droge zomer leidt daardoor binnen één gemeente tot twee regimes en tot andere keuzes op het erf.

Eén gemeente, twee watersystemen

Berkel en Rodenrijs ligt voor het waterbeheer grotendeels in Delfland. Bleiswijk en Bergschenhoek vallen onder Schieland en de Krimpenerwaard. Op een normale dag is die grens vooral iets voor kaarten en peilbesluiten. Tijdens langdurige droogte wordt zij zichtbaar op het erf.

Delfland haalt een belangrijk deel van zijn zoetwater uit het Brielse Meer. Door de lage afvoer van de Rijn dringt zoutwater vanuit zee verder de delta binnen en kan ook deze bron zouter worden. Tegelijk verdampt veel water en moet het peil in sloten en vaarten hoog genoeg blijven om dijken, veenbodems, natuur en funderingen te beschermen.

Op 5 augustus stelde Delfland daarom in zijn hele beheergebied een verbod in op het onttrekken van oppervlaktewater. Dat geldt niet alleen voor tuinders, maar ook voor inwoners, sportvelden, maneges en andere gebruikers. Delfland controleert de naleving en kan een pomp laten stilzetten of handhavend optreden.

Voor een bedrijf dat op slootwater rekent, begint dan meteen de praktische rekensom. Hoeveel water zit nog in het bassin? Welke teelten kunnen daarmee vooruit? En wanneer wordt aanvoer per tankwagen zo duur dat zij niet meer tegen de opbrengst opweegt? Het verbod raakt zo niet alleen de watervoorziening, maar ook beslissingen die niet eenvoudig een paar weken kunnen worden uitgesteld.

Waarom dijken vóór gewassen gaan

Op de eerste dag van het verbod meldde Delfland een neerslagtekort van 315 millimeter, tegenover een landelijk gemiddelde van 260 millimeter. Ook de Rijn voerde veel minder water aan dan normaal voor de tijd van het jaar. Daardoor kan zout water verder landinwaarts komen en wordt de voorraad bruikbaar zoetwater kleiner.

Bij zo’n tekort geldt de landelijke verdringingsreeks. Die schrijft voor welke functies als eerste water krijgen. Veiligheid en het voorkomen van onomkeerbare schade staan bovenaan. Tijdelijke beregening van kapitaalintensieve gewassen staat in categorie 3 van de verdringingsreeks, na veiligheid en nutsvoorzieningen. Deze watergebruikers moeten dus wijken wanneer het beschikbare water nodig is om bijvoorbeeld waterkeringen stabiel te houden.

Delfland meldde op 7 augustus dat de toestand van droogtegevoelige dijken was verslechterd. Het waterschap vult daarom een strategische waterbuffer voor het geval de gewone aanvoer verder terugvalt of stopt. Een liter die nu naar een gewas gaat, kan later niet meer worden gebruikt om een sloot op peil of een veendijk nat te houden.

Voor telers is dat een harde volgorde. Een kostbaar gewas en jaren werk tellen mee, maar ze gaan niet vóór de veiligheid van een dijk. Wie weinig eigen opslag of een watergevoelige teelt heeft, merkt die rangorde eerder dan een bedrijf dat nog weken uit een bassin kan putten.

Schieland houdt de aanvoer nog op gang

Schieland en de Krimpenerwaard pakt het tekort voorlopig op met extra aanvoer en maatregelen tegen verzilting. Sinds 24 juni brengt de Doorvoerroute Krimpenerwaard zoetwater uit de Lek naar de Hollandsche IJssel. Via andere verbindingen stroomt het verder naar de Ringvaart en de Rotte. Sinds 30 juni draait ook de Klimaatbestendige Wateraanvoer, een netwerk van watergangen en gemalen in West-Nederland.

Die aanvoer werkte op 10 augustus nog goed genoeg. Schieland en de Krimpenerwaard verwachtte toen geen onttrekkingsverbod en hoefde ook nog geen extra gezuiverd afvalwater in te zetten.

Voor de rest van de zomer biedt dat geen garantie. Het waterschap probeert zout water buiten te houden, inspecteert droogtegevoelige kades en vraagt inwoners zuinig met water om te gaan. Daarom staat hier nadrukkelijk ‘nog geen verbod’: volgens de publieke updates gold in Bleiswijk en Bergschenhoek tot en met 15 augustus geen algemeen onttrekkingsverbod. Als de aanvoer verslechtert, kan dat veranderen.

Bedrijven in Bleiswijk en Bergschenhoek mogen voorlopig nog oppervlaktewater onttrekken. Hoe lang dat mogelijk blijft, staat niet vast.

Waterschappen zijn daarbij geen afgesloten eilanden. Op 21 juli kwam via de Bergsluis tijdelijk extra water vanuit Delfland het gebied van Schieland en de Krimpenerwaard binnen. Enkele weken later moest Delfland juist iedere beschikbare liter vasthouden. De verbindingen liggen er, maar de beschikbare route wisselt met de rivierafvoer, het zoutgehalte en de vraag naar water.

Drie noodscenario’s, nog geen noodvoorziening

Het onttrekkingsverbod raakt volgens Glastuinbouw Nederland naar schatting ongeveer 150 bedrijven met samen 500 hectare in Westland, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland. Dat zijn regionale cijfers; ze zeggen niet hoeveel bedrijven binnen Lansingerland direct zijn getroffen.

De sector vroeg aanvankelijk om praktische uitzonderingen: ’s nachts beregenen, brak water gebruiken of het oppervlaktewater aanvullen met verder gezuiverd rioolwater. Delfland hield vast aan het verbod, maar onderzoekt met Glastuinbouw Nederland aanvullende aanvoer.

Delfland en Glastuinbouw Nederland noemen zoetwater uit het Hollands Diep de meest haalbare optie voor de korte termijn. Glastuinbouw Nederland werkt die mogelijkheid verder uit. Tijdelijke ontzilting bij de Nieuwe Waterweg en extra zuivering van water uit een rioolwaterzuivering blijven in beeld.

Geen van deze opties werkte op de peildatum al als noodvoorziening. Eerst moeten de waterkwaliteit, de transportcapaciteit, de kosten en de verdeling geregeld zijn. Vooral het vervoer maakt het verschil: water uit het Hollands Diep helpt een kas in Berkel pas als het op tijd, in voldoende hoeveelheid en tegen een draagbare prijs bij het bedrijf aankomt.

Daar zit ook het verschil tussen een oplossing op papier en een oplossing op het erf. Een alternatieve bron kan technisch beschikbaar zijn, maar te laat komen voor een teelt of te duur zijn om rendabel te gebruiken. Of zo’n bron telers op tijd en tegen een haalbare prijs bereikt, wordt nog onderzocht.

Niet iedere teelt heeft dezelfde buffer

Veel glastuinbouwbedrijven gebruiken regenwaterbassins, ondergrondse opslag, hergebruik of ontzilt grondwater. Daardoor kunnen sommige ondernemers nog weken vooruit. Grondgebonden teelten die sterk van oppervlaktewater afhankelijk zijn, hebben minder uitwijkmogelijkheden.

De Heraut beschreef een paksoikwekerij in de vollegrond aan de Stropersweg in Berkel en Rodenrijs. Het 2,2 hectare grote bedrijf is afhankelijk van een eindige voorraad in bassins. Water per tankwagen kan daar een uitweg zijn, maar alleen als de kwaliteit geschikt is en de prijs niet hoger wordt dan de teelt kan dragen.

Dat voorbeeld maakt duidelijk waarom één regionaal schadebedrag weinig zegt. De kwetsbaarheid verschilt per gewas, teeltwijze, opslagcapaciteit en locatie. Voor de ene ondernemer is het verbod vooral een waarschuwing om reserves te bewaken. Voor de andere begint de rekensom al bij de volgende gietbeurt.

Water bergen en water bewaren botsen in hetzelfde bassin

De droogte legt een langer bestaand spanningsveld bloot. Bij zware regen moeten bassins ruimte hebben om water op te vangen en het riool en de sloten te ontlasten. Tijdens een droge zomer willen telers diezelfde bassins juist zo vol mogelijk hebben. Een voorziening die beide extremen moet opvangen, kan niet op hetzelfde moment leeg én vol staan.

Na de acute noodroute gaat de discussie daarom niet alleen over grotere bassins. Er zijn ook andere bronnen en betere verbindingen tussen gebieden nodig, met afspraken over waterkwaliteit, verdeling en betaling. Schieland en de Krimpenerwaard werkt al aan een sterkere Doorvoerroute Krimpenerwaard. In Delfland maken de onderzochte noodopties zichtbaar hoe weinig reserve er tijdens extreme droogte overblijft als het Brielse Meer verzilt en de Rijn weinig water aanvoert.

Voor bedrijven komt daar een investeringsvraag bij. Extra opslag helpt tijdens droogte, maar kost ruimte en moet bij hevige regen juist niet volledig gevuld zijn. Een nieuwe waterbron helpt pas wanneer duidelijk is wie de infrastructuur betaalt en welk water een bedrijf in een volgende droge zomer werkelijk kan krijgen.

De eerstvolgende concrete vraag is of water uit het Hollands Diep technisch en financieel haalbaar is, en welke telers daar nog op tijd iets aan hebben. Voor Bleiswijk en Bergschenhoek blijft intussen iedere nieuwe droogte-update van Schieland en de Krimpenerwaard bepalend.

Zolang de regen uitblijft, is de waterschapsgrens geen administratief detail. Voor een bedrijf kan zij het verschil betekenen tussen vandaag nog oppervlaktewater innemen of afhankelijk zijn van eigen opslag en alternatieve aanvoer.

Bronnen

De links leiden naar de openbare stukken waarop dit artikel is gebaseerd.

Redactioneel